Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

WAARIN DB HEI.D VAN ONS VERHAAL AL DADELIJK EEN WONDERLIJKE ONTMOETING HEEFT.

Er leefde eens, lange jaren geleden en heel ver hier van daan, een jongen, wiens vader kleermaker was. Al de menschen, die bij hem in de buurt woonden, schudden het hoofd over hem, en dat beteekende nog al iets. Het liep ook zoo in het oog, dat een groote jongen van vijftien jaar nog met de kinderen meespeelde. Dat is bij ons geen schande, maar in het verre Oosten waar Aladdin geboren was, is het dat wel. Daar worden jongens van vijftien jaar haast voor mannen aangezien, en als ze in een winkel komen om wat te koopen, dan zegt de winkelier ā€˛meneer" tegen hen. Tegen Aladdin echter, wiens vader maar een arme kleermaker was, kon men dat niet zeggen, want hij had geen geld om wat te koopen. Als hij naar den zin van zijn stadgenooten gehandeld had, dan zou hij zijn vader hebben geholpen als knecht, en, met gekruiste beenen op de kleermakerstafel, het brood hebben verdiend, dat hij van zijn moeder kreeg. Ik geloof dat, als hij niet een moeder had gehad die heel veel van hem hield, zijn vader hem net zoolang een boterham geweigerd zou hebben, tot Aladdin die zelf verdiend had. En ik geloof dat toch alweer niet. Want die vader was een doodgoed man,

1

Sluiten