Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opflikkeren tegen het geheimzinnige, dat hier de hand in het spel had.

Dadelijk zond hij om den Groot-Vizier.

Eerst een geruime poos later kwam de uitgezonden bode terug.

„Waar is de Groot-Vizier?" daverde de Koning den bode tegemoet, die van angst op de knieën viel.

„Sire," stamelde hij, „de Groot-Vizier is verdwenen!"

„Verdwenen?" herhaalde de Koning in de hoogste verbazing.

„Hier, Sire dezen brief liet hij achter."

De Koning greep naar het papier, scheurde den omslag los en las vliegensvlug de weinige regels over, die hem meldden dat zijn Groot-Vizier en diens zoon de vlucht genomen hadden.

„Mijn zoon wil liever sterven, dan op deze wijze nog langer met Uw dochter gehuwd zijn!"

De verontwaardiging, de toorn, de schuimbekkende woede, die zich nu meester maakten van den Koning, deden al zijn dienaren en slaven voor hem verstuiven als de muggen en vliegen voor de waaiers der aardige slavinnetjes. Hij wilde dit en hij zou dat. Zijn dochter wilde hij verstooten, snelle ruiters uitzenden naar alle richtingen van het land om de vluchtelingen in handen te krijgen, die een smadelijken dood zouden sterven. Het was verschrikkelijk wat een rumoer het in het koninklijk paleis was.

Omdat hij zooveel bevelen te gelijk gaf en dan weer herriep, wist eigenlijk geen zijner dienaren wat te doen. Het meest maakte hij zich boos op een deftig kamerheer, die, niets van de laatste gebeurtenissen afwetende, kalm in het paleis kwam en zijn heer er in de onschuld zijns harten aan herinnerde, dat deze vandaag weer voor het eerst na de bruiloft'zijn openbare audientie zou geven. De Koning stoof zoo op, dat de kamerheer er letterlijk van verstijfde.

„Openbare audientie?" bulderde de Koning, „denk-jedan dat ik gek ben?"

Sluiten