Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat smaakt goed," betuigde de vreemdeling; „ik heb veel gereisd en ben zoowat overal in de wereld geweest, maar zoo iets lekkers en fijns heb ik van m'n leven nog niet geproefd."

De herbergier kreeg een kleur van plezier; hij dankte den vreemdeling wel voor dit complimentje, en begon te vinden dat hij er toch niet kwaad uitzag. Zulk een eerste indruk ook!

En al aardiger werd do vreemdeling. Hij begon te vertellen van zijn reizen, gewaagde van de groote steden der wereld die hij gezien had, en dat hij benieuwd was hoe deze stad hem bevallen zou, die hij voor het eerst van zijn leven bezocht.

„O, meneer", zoo betuigde hem de herbergier, die voor de tweede reis eens had moeten inschenken, „ik geloof wel dat het u hier bevallen zal. Ik voor mij heb nooit mijn neus buiten deze stad gestoken, maar zooals ik tal van reizigers, die mijn inrichting met een bezoek vereerden, dikwijls heb hooren verzekeren, één pracht vonden zij hier, waarvan de weergade nergens ter wereld te vinden was."

„En dat is?" vroeg de vreemdeling met een ongeloovig lachje.

„Het paleis van Prins Aladdin!" zei de herbergier met beslistheid.

„Het paleis van Prins Aladdin ?... Wie is Prins Aladdin?"

„Onze Kroonprins."

„Dus de zoon van uw Koning?"

„Neen, meneer .... Onze Koning heeft slechts een dochter, die de roem van ons land is, zoo schoon en lieftallig moet ze zijn ; hoewel we dat maar van hooren zeggen hebben, meneer — zooals u begrijpen kunt."

„Ja," stemde de vreemdeling toe, „dat begrijp ik; maar daar word ik niet veel wijzer door hoe die Prins.... hoe heet hij ook weer?"

„Prins Aladdin, meneer."

Sluiten