Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuwd had, betaalde hij nog meer dan men hem vroeg."

De goede kennis van den kastelein schudde bedenkelijk het hoofd.

„Zou hij wel goed bij zijn positieven wezen?" vroeg hij langzaam en met nadruk.

Dat nam de kastelein heel hoog op.

„Zeg ereis," snauwde hij, „zie-je bij geval m'n logement voor een krankzinnigengesticht aan?"

De ander schrok van dezen uitval en zei dat geen haar op zijn hoofd aan zoo iets dacht.

„O zoo!" zei de kastelein. „En nu verzoek ik je vriendelijk geen rare praatjes uit te strooien over m'n logement eii.... ne

„De hemel beware mei" riep de ander uit, „watdenk-je

wel van mij?"

„Denken? Al wat goed is, hoor! Maar je weet:

als er eens een praatje door de stad gaat, kun-je het met je tienen niet inhalen. Het zou me in m'n broodwinning schade

doen En bovendien, de vreemdeling mag met zijn geld

doen wat hij wil, al wou hij het in het water smijten.

„Dat zou zonde wezen!" lachte de ander, „laat hij het

dan liever aan ons geven."

„Dat was geen kwaad idee," glimlachte nu ook de kastelein. „En ik zal hem zoometeen eens vragen of hij er zin in heeft.... HolÈl wat is dat nu alweer ?

De laatste woorden waren gericht tot eenige lieden die een groote kar voor het logement deden stilhouden.

„Is hier die rijke vreemdeling thuis?"

„Ja zeker .... natuurlijk .... Al wie voornaam, rijk en

aanzienlijk is, komt bij mij."

De woordvoerder bij den wagen schudde even zijn hoofd opzij, alsof hij zeggen wilde: „hoor die eens!"

„Ik zal over een paar weken den vreemdeling eens wegen, hoeveel pond hij lichter geworden is."

De kastelein werd rood van woede.

Sluiten