Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst: Johannes XIV: i „Uw hart worde niet ontroerd; gij lieden gelooft in God, gelooft ook in mij."

Wij zijn in den dubbelen zin des woords in de lijdensweken, Gemeente. Een lijdensweek ligt achter ons. Het tweede bedrijf van den gruwelijken oorlog in het Zuiden is begonnen met een droevige nederlaag der verbondene republieken. Een dapper generaal heett zich na een bangen strijd met zijn heldenschaar moeten overgeven en is op dit oogenblik krijgsgevangene der vijandelijke macht.

Het is niet te beschrijven met welke gewaarwordingen deze tijding door de vrienden der Boeren is ontvangen. Op het oogenblik dat men het bericht verneemt, zinkt alles ons onder de voeten weg; wij zijn sprakeloos; wij weten niet, wat wij zeggen zullen. Een machtelooze woede maakt zich van ons meester; brandende schaamte bedekt ons aangezicht; opstand tegen God, die dit niet heeft voorkomen, barst in ons los; wij kunnen en willen het niet aanvaarden; wij bi eiden de handen uit naar den hemel en ballen de vuisten tegen het land aan de overzijde van het Kanaal.

Doch dit zijn de gewaarwordingen van de eerste oogenblikken, van den eersten dag, als wij het niet meester hebben kunnen worden. Anders wordt het, als wij in de binnenkamer zijn gegaan en daar met God en ons zeiven hebben gestreden. Dan worden wij door God onderricht

Veel, zeer veel, Gemeente, heb ik in de afgeloopene week geleeid. Laat ik u zeggen mogen wat. Het kan misschien tot vertroosting en versterking wezen van anderen, die eenzelfden strijd als ik hebben doorgemaakt.

Sluiten