Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeanne, vergenoegd, als ze zoo stilletjes op 'r eentje aan 't werk was, weerstond dan soms de verzoeking niet, eens een klontje uit den sucrier te snoepen; en stond er een flesch „mare" of likeur op 't buffet, dan, met haar Bretonsche belustheid op spiritualiën, snapte ze wel even een slokje inderhaast.

Tot laat in den middag was madame Dutoit nog aan 't rondloopen tusschen haar doozenmuren, schokkerig-haastig tippelend laddertje op, laddertje af... honderden hoeden had ze, in haar voortvarenden ijver, te voorschijn gehaald; die lagen, alle soorten en nummers dooreen, over vloer en toonbank en stoelen verspreid; stapels hoeden, die weer uitgezocht moesten, afgeborsteld, opgeborgen. En haar hoofd nog vol lange betoogen en bedenksels van aanvallen en overrompelingen, vervolg op het altijd wel weer uitgelokte twistgesprek met een van haar klanten, — liep ze maar, luid-op lezend de etiquetten, te zoeken voor eiken hoed naar de doos waar die hoorde... kazimier b. g. 57, kastoor c. r. 57, kastoor c. r 55... anders hoorde Jeanne niet in haar keuken.

III.

Om drie uur had Jeanne bij madame Dutoit gedaan; een enkelen dag van de week ging zij dan dadelijk naar huis, haar eigen boeltje bijhouden, maar zooveel ze kon bleef ze nog, om een extra verdienste te maken.

Een tijdlang had ze die overblijvende middaguren bij madame Gros gewerkt. Doch als ze daar een spiegel wiesch of een raam, dan stond monsieur Gros, met zijn barsch gezicht van sergeant-majoor, erbij toe te kijken of het wel voorzichtig ging;

Sluiten