Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben, dat men de suikerklontjes zoo uit den zak in de kopjes deed, dat men een beddekleedje voor de salon-canapé lei en een salonstoel in de slaapkamer bracht, dat men, voor de goedkoopte in de wasch, bij verkoudheden een servet in plaats van zakdoeken gebruikte, maar de sénateur was natuurlijk een deftig man en de vrouw van een sénateur was een groote dame, en op hun „kasteel" in Beauce zou alles wel deftig en rijk zijn... zonder oordeel of critiek deed zij het werk, dat men van haar vroeg; zij had hier het respect van elk Parijzenaar voor een titel en voor het Legioen van eer.

En dan, als 't eindelijk vijf uur werd, hing Jeanne, voor het laatst dien dag, haar boezelaar achter de keukendeur, de mooie, massieve haarhelm van den morgen, die nu in klammige lussen naar de zijden uiteen gevallen lag, werd weer opgekamd, ze waschte zich, borstelde haar kleeren. De kleiner geworden en als nog schuiner naar de slapen opliggende oogen hadden heete glinsteringen boven de breede blauwe vegen, die ze als op te duwen schenen, haar gezicht rond den wat roodigen neus was strak en vaal getint van vermoeienis; ze had nu het uitzien van een Chineesch vrouwtje al wat op jaren, maar dat bizonder in haar schik is. Haar beige cape-manteltje netjes over de werkblouse geslagen, tipte zij vlug de trappen af, nam soms nog gauw de laatste twee er bij, naar den tuin, om even Gabrielle Legüenne, haar vriendin, een goedenavond te zeggen, — dan, monter en vol goeden moed, trok zij naar haar eigen „logement" van twee kamers op een cour in de Rue St. Jacques, om 't eten te koken voor Robert, dien zij tegen zevenen thuis verwachten kon.

Sluiten