Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De deurwaarder lei het stuk op tafel. Zij stond op, zij duizelde...

Hij praatte alweer dóór; zij wist niet meer wat... zij besefte vaag, dat hij sprak van haar inboedel... beslag leggen... acht dagen bedenktijd...

Zij voelde zich de hand voor haar oogen heffen.

Toen, of haar oor open-tuitte, klonken haar deze woorden scherp door het hoofd:

— „Dus acht dagen bedenktijd... en brengt de verkoop niet genoeg op... vier tot acht maanden... het spijt me."

Hij was weg; de deur, die hij achter zich had aangetrokken, tochtte weer los... zij hoorde zijn laarzen de trap op kraken... één oogenblik wou zij... zij stond op den drempel... „Monsieur" riep zij schor... zij ging zitten naast de open deur...

II.

Het was nu reeds de derde maal, dat madame Legüenne de dubbele zuilen-inrij van het voorname huis in de Avenue Hoche bedremmeld doorging. Weer zag zij, terzijde achter de breede wit-marmeren trap, het kostbaar goud-geschemer der liftkooi, die haar aan de reliquieën-kist van Ste. Geneviève deed denken; zij dorst daar geen gebruik van te maken... en voor de derde maal begon zij den langen tocht over de smyma-belooperde treden, naar de vierde étage, waar monsieur le comte de Maxanaud Périgord zijn appartement had.

Voor de derde maal... wat of het nu zou geven?

's Maandags was Monsieur le Député niet thuis geweest; of ze Dinsdag-morgen tusschen tien en elf wou terugkomen... Nadat ze gisteren een half uur had zitten wachten in den met donkergroen

Sluiten