Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zouden ze het misschien weten; al haar weifelachtige wonderlijkheid was uit haar weg in den nijpenden drang naar zelfbehoud.

Men hielp haar spoedig terecht: Docteur Morland, 6 Rue de Tournon. Zij toog er maar dadelijk op op af. Het was daar vlak bij.

— „Deuxième a gauche au-dessus de 1'entresol" geulde uit de donkere loge-diepte de stem van den onzichtbaren concierge; en door de hol-hooge, duistere trap-portalen en over de wijde steenen treden zonder looper, van een dier eertijds aanzienlijke, nu wat verwaarloosde en kazerne-kille huizen, sleepte zij zich van overloop tot overloop, totdat zij, op de tweede verdieping boven den entresol, voor de hooge, chocoladebruine dubbele-deur stond, waairop, als naambordje, een alluminium-reepje was gespijkerd.

Zij drukte op het koperen belleknopje.

— Meneer was thuis... Dat trof zij. Zij werd in een smallen salon gelaten; de jaloezieën van'teenige venster waren dicht en het rook er muf. De canapé en de fauteuils Louis XVI zagen stoffig-vaal, het behang was uitgeslagen, er hingen een paar doffe schilderijtjes. Het leek alles zoo langgeleden en vergrijsd, alsof er in jaren niemand in deze kamer geweest was.

De grauw-witte, gebeeldhouwde deur ging weer open; of zij maar binnen wou komen, vroeg de meid. Over de gladgeboende bruine tichelsteenen verklonken hun voetstappen door den hoogen corridor, die geen licht had dan het bleeke vak, aan het eind, van een matglazen bovenruit. Dan was ze opeens in een bedrijvige studeerkamer.

Boeken, boeken, boeken; de vierkante tafel vol, tot vlak bij de petroleumlamp, die er midden boven

Sluiten