Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl Aristide achter het gordijn van hun badhokje nog zijn dagelijksche douche nam, tripte Jozette al in haar wijd pompadour peignoirtje de kamer rond en beredderde het ontbijt.

Over de tafel onder het raam spreidde zij een helderwit servet; daar werden twee blanke kommen met melk, het goudene fluitbrood en de bordjes op gezet; ook een eitje in wit porceleinen dop. Aristide, frisch gewasschen, in zijn frisch linnen pakje, kwam te voorschijn, genoot met zijn oogen van het zuivere morgenmaal. Dan schikten zij samen aan; Jozette brak het brood, dat zij doopten in hun melk, en Aristide at zijn eitje, — koffie mocht hij niet drinken voor zijn zenuwen en hij moest zich flink versterken...

Dicht naast elkaar geschoven aten zij, bleven dan praten en koozen; Jozette's peignoirtje was van voren en op den rug in een scherp puntje uitgesneden, waarin, onder de kruivende nekhaartjes en onder het keel-kuiltje, twee driehoekjes zacht-glanzig vleesch lagen; uit Aristide's linnen jasje kwam, hoog en blank, zijn bloote hals... 't was als in den tijd van hun beginnende liefde. Jozette was gelukkiger dan ze ooit geweest was sinds de vier maanden dat ze nu samenwoonden...

En als dan in den olm, aan welks kruin zij tegenover zaten, de zon klom, en, den dunnen top doorborend met z'n witte hitte, het kamertje zette in z'n schijn, — dan gingen de grijze jaloezieën toe; meest sloten ze ook nog de twee raamhelften, en door de neteldoeksche gordijntjes kwam een sneeuwig, zacht schemerlicht naar binnen gezeefd, dat als een vreemde lichte mist hing over alles en alles vermooide.

Zoo vond Aristide zijn atelier het heerlijkst...

Sluiten