Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „T'es gen til, Bibi... t'es gentil..." zei ze terug, en zij streelde hem met groote liefde over zijn blonde haar.

Het gerucht van Jozette's ziekte had zich, den tweeden dag al, door het huis verspreid en er een plotselinge belangstelling gaande gemaakt voor „le jeune peintre et sa petite dame"... 't Was of eensklaps het provinciaal-stille en deugdzame huis tot het bewustzijn kwam, dat er een Parijsch idylletje onder zijn dak leefde, en ieder dat lief vond...

— „La pauvre," zei meewarig madame Carpentier; zij dacht met verteedering, hoe eensgezind zij iederen morgen vroeg die twêe, den arm om eikaars middel, zag uitgaan, en zij overlei bij zichzelf of zij niet eens een kop bouillon naar boven zou brengen. De Duitsche professeur hield Aristide staande in de gang. Julie informeerde bij Jeanne en madame Dutoit zei: „wat moet die arme jongen nou beginnen!"

En den derden dag, toen Célestin juist geopperd had, een dokter te gaan halen, kwam, uit eigen beweging, Valency boven.

Niet wetend waar hij zijn moest — hooger dan de derde verdieping, bij mademoiselle Lefournier, was hij nooit geweest — had hij verscheidene malen geklopt op een deur, zonder gehoor te krijgen... tot uit de deur ernaast een oud mevrouwtje te voorschijn schuifelde, dat hem terecht wees. Zoo was hij op-eens in het kamertje, waar, onder Célestins bestier, een eigenaardige, alles recht in 't gelid gezette opgeredderdheid heerschte; Célestin zelf stond bij het wijd-weggeschoven turkoois gordijn een broodpap te roeren op het gaskomfoortje, en Aristide, in wanhoop, zat voor de tafel vol pas afgewasschen glazen en kopjes... Zij deden zenuwachtig-over-

Sluiten