Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschreven van éérstens rust, en twéédens versche lucht, derdens nu en dan wat azijn snuiven en met azijn polsen en achterhoofd betten, en eindelijk een kalmeerend drankje... over een dag of drie kwam hij nog eens kijken...

Maar den volgenden middag verscheen hij alweer. Na wat dagen van koelte en wolken was opnieuw een zwoele, onweersachtige hitte aangezwollen, en hij vond Jozette ziek-zwaar dommelend in een atmosfeer van go graden. Zij lag, het dunne dek half afgetrapt, met 'r eenen fijn-gelijnden enkel en voetje bloot, 'r andere been opgetrokken in de plooien van het laken, en de armen weerszij loom van zich af, teer en bleek-amberig uit de wijde mouwen van haar nachtjapon, 't Matbleek gezichtje, nog kleiner dan anders, en als klam-beslagen, lag hulpeloos achterover-gezakt. Er hing een heetgestoofde flets-zure lucht van verlepte bloemen en zweet en azijn, 't Schilderij boven haar was bedekt met een grooten witten doek, doch Valency had zoo te doen met het vrouwtje, dat hij daar bijna geen acht op sloeg.

— Nee, dat ging hier zoo niet... hij zou er met die jongens over spreken... hij kon haar niet naar een ziekenhuis laten brengen, ze mankeerde eigenlijk niets... maar ze moest van die kamer af... ze moest naar buiten...

Jozette was wakker geworden, even schrikkend, maar, terwijl zij schichtig het laken recht trok, bemerkte zij den ernst in Valency's altijd vreemd lachend gezicht, en flauw-berustend zag zij hem aan.

— „Wel, hoe staat 't er mee?" zei hij vriendelijk.

Ze glimlachte vaag terug... Hij had een stoel

genomen en 't glas met uitvallende theeroosjes, dat op het eiken kastje voor de rustbank stond, beturend,

Sluiten