Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleeden van het meisje zijn... die schilder moest eens binnenvallen... Haar klein, zwart gehandschoend handje kwam vooruit als om het afglijden van het dek tegen te houden...

— „Zou je je alleen kunnen helpen?" vroeg ze, „...en naar mij overloopen... ? dan ga ik vast je stoel klaarzetten..."

Jozette, even onthutst over het terughoudend gebaar, knikte nog eens van ja... dan, blij toch, schoof ze haar witte voetjes van onder het laken uit, puntte ze op den estrikken vloer...

— „Pas op, pas op!" zei mademoiselle Villetard. Ze zette gauw de zwarte slippertjes, die onder het eiken kastje stonden, voor de rustbank neer; en, zenuwachtig, met een vriendelijk-gejaagd: ,,tot zoo met^een dan!" maakte ze dat ze wegkwam.

IV.

En sinds zat, iederen morgen en iederen middag, Jozette een uurtje of twee in de zuivere atmosfeer van het hooge balkontuintje en ze kwam zienderoogen bij; ze zat daar, in 'r heldere matineetjes en met de haren in een krullenden val luchtig weggestreken van het voorhoofd, wat 'r gezichtje voller maakte, ronder en jonger, als van een schoolkind.

Mademoiselle Villetard had duizend zorgjes voor haar, zette den makkelijksten rieten stoel buiten, sleepte met kussentjes en sjawls en een trépied... dan, terwijl zij binnen weer aan 't huismoederen was, kwam zij telkens eens kijken bij een van de balcondeuren, met een vraagje of een verhaal... Zoo, in een gestippeld zwart-katoenen ochtendjasje en in haar bloote hoofd — het teêre lage bovenhoofd van een oud vrouwtje, waarop de grijze

Sluiten