Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn harrnonika... als van een stuurloos insect ging zijn waggelend laveeren over den straatbodem; zij kende het dwergelijk tweetal, dat altijd 's middags de verre baan kwam af gescharreld, de grootmoeder en het schriele kind, dat met haar valsch en snerpend stemmetje zulk 'n brutale cabaret-toon al had, terwijl het oude wijf er maar wat tusschendoor zeurde, en klutste met den centenbak; zij kende het rechtdoorstappend paar van den blindeman en zijn vrouw, hij met zijn zwarte oogklep en de hand op zijn oor, alsof zijn hoofd ging barsten van het erbarmelijk gejammer, dat zij samen aanhieven.

Mademoiselle Villetard kwam dan wel eens kijken bij Jozette, en zij hadden samen een lachertje over iets geks, of 't oude dametje zei met een bezorgdernstig gezichtje haar meening over dat bedelen van menschen als dien man met den ringbaard, die best wat konden uitvoeren, of over het gebruiken van kinderen, zooals die schandelijke grootmoeder deê, en Jozette was 't dan erg daarmee eens; — als twee bezadigde vrouwtjes keuvelden zij.

Maar dat duurde nooit lang, want o! wat kookte daar over... mademoiselle Villetard haastte zich naar binnen, en Jozette, den bovenarm omhoog langs het hekje leggend en haar hoofd op haar handrug, keek weer uit...

Het was een prettige straat, de rue Barral, een straat vol afwisseling van tinten en vormen, in grillige hoekingen rijzend en dalend voor den zomerschblauwen hemel; tusschen de massale blokken van vijf- en zes-verdiepings-huizen, rechtaf tegen de lucht, de hooge blinde zijmuren wit-vlakkend in de zon, schakeerden zich de lagere leien-glinsterende nokken, vroolijk van schoorsteenen, der particuliere hotels, en het weer hoogere, rood-gedaakte en

Sluiten