Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar in iedere hand een goudstuk van 20 franken toe... Verschrikt eerder dan verheugd, had zij geaarzeld; maar hij duwde haar de geldstukken in de hand en schonk haar glas nog eens vol... toen was hij gaan betalen aan 't buffet in de naaste zaal...

Zacht tikkend met de twee louis' tegen den voet van het glas had zij zitten wachten en denken... eindelijk had zij 't glas leeggedronken... Ze had over allerlei gemijmerd... Ze had onbewust naar buiten zitten kijken, waar in de diepte Parijs verwaasde en golfde tot den heuveligen horizont, met öp uit die drijvende rook-nevelen, het grauw of wit, naar de zon vergleê, van torens en het guldene koepel-blinken... daar was het dan weer, dat oude vertrouwde uitzicht... ze herinnerde zich, hoe ze hier op den arm van haar vader gezeten had, heel klein nog, en hij haar al de kerken wees... later, een meisje van zes, acht jaar, had ze zich verbeeld, dat die duizenden roode schoorsteenpijpjes, puppelend en stippelend over de plat-afgedekte huizenblokken zoover je onderscheidde, allemaal aarden bloempotjes waren, op de daken gezet... toen was alles in een vochtige borreling gaan beven, en haar keel was toegenepen van ontroering... Met een schok, zag ze plots een bekend gezicht vlak langs de ruit strijken... een vrouw uit hun straat met wie ze vaak boodschappen gedaan had, vóór zij wegging naar Meudon... Eensklaps had ze gedacht: waar blijft hij ? De twee goudstukken krampachtig in de hand gedrukt, had ze nog een oogenblik zitten wachten, met een al opsteigerend gevoel van onheil, dat naderde... Toen zij op de klok keek, zag ze, dat zij een half uur alleen was geweest. De kastelein kwam binnen draaien, keek haar aan...

Sluiten