Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want dat zei het briefje... sinds een week was haar vader begraven... ze kon laten halen wat haar toekwam, ook het kistje goed, dat indertijd uit Meudon was gestuurd... „Oh, les crapules, les sales bougres!"...

Dien avond had zij, de altijd nog wat preutsche op die dolle feesten, gedanst als een furie, 'r rokken opgetipt tot 'r heupen, in 'r kanten broekje, tot men bravo! riep, bravo! uit den kring der omstanders... in een soort duivelsche opwinding had zij ten leste, haar rokken tot een korf gebold voor haar buik, langs alle tafeltjes gedanst, mimeerend een bedelares: „une pauv'fille qui a perdu son père et ses freres... une pauv'fille qui a perdu son père et ses frères..."

Dat had een woest succes gehad... de sous' en de nikkels en de frankstukken waren in haar schoot geregend... en op 't eind van den avond, was zij, met honderden achter zich aan, haar rokken vol rinkelend geld, naar buiten gedanst, en in één zwaai waren al de muntschijven over het hek van het ondergrondsche stationnetje gegaan... als sneeuw in den helderen maneschijn hadden de zilverstukken op de glazen daken en tusschen de rails geglinsterd... 't was een hoera geweest, waarvan de heele Observatoire-buurt wel moest wakker geschrokken zijn, en 't had haar voor weken populair gemaakt bij Bullier... maar dien avond had zij niemand meewillen hebben naar haar kamertje, en des nachts had zij gehuild, gehuild, dat zij in geen twee dagen zich vertoonen dorst...

— „Waaraan zit je zoo te denken, liefje...?" vroeg mademoiselle Villetard, die, even buiten komend, den donkeren, diepen rimpel zag tusschen Jozette's neergeslagen oogen.

Sluiten