Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Dat eten zou niet bederven, als ik even keek..." zei de concierge een toontje lager, teemend alsof ze verongelijkt werd, maar diep-in giftiger-brutaal nog, „ik hóef 't niet eens te zien, ma bonne dame... ik ruik de uien en de vetlucht hier door déze deur... ik weet toch wat ik ruik..."

Madame Lourty stond op 't punt de voordeur dicht te doen, als weer een stap, zachter, de trap optrad en kraakte...

— God, en daar was Alphonse... nu moest ze blijven...

Madame Carpentier, achterom-kijkend, zag ook den komende, wou wel graag een scène uitlokken met den driftigen man, en begon opnieuw:

— U w voordeur alleen stond open... doe dan uw voordeur dicht... waar kon anders die' smerige lucht van daan komen, als uit de eenige voordeur die open staat? Hier, doe dicht..."

Het mollige handje van madame Carpentier greep al naar den koperen knop, midden op het dwarspaneeltje.

— „Alphonse! Alphonse!" — riep madame Lourty, want ze zag haar man, die als ongemerkt achter den twist om, de trap naar boven opsloop.

— „Alphonse!" drong ze nog eens...

Dadelijk gooide de concierge-vrouw het over dien boeg.

— „Wat moet uw man naar boven doen? Wat heeft hij boven te maken ?"

— „Hij heeft een boodschap van 't stadhuis voor monsieur Giraud," zei madame Lourty kalm, hoewel haar lippen beefden. Zij sloot plotseling de deur. Heete tranen sprongen haar in de oogen. Maar toch nog luisterend, hoorde zij madame Carpentier, haar man na, de laatste trap opgaan. God! wat moest dat geven?... wat moest ze doen?...

Sluiten