Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

manieren, trad binnen, deed het mannetje opzij gaan; hij sprak even vriendelijk tegen haar, vroeg of er geen brief voor hem was gekomen. Hij merkte niets, maar zijn vrouw, achter over zijn schouder speurend, keek nieuwsgierig beurtelings naar madame Legüenne's vervaard gezicht en naar het grimmig kanto or-menheertj e.

Gabrielle wou wat zeggen, beefde te sterk, maakte een vaag gebaar... dan, niet meer wetend wat zij deed, gleed zij schichtig langs hen henen, ijlde de gang door, de trap af naar haar sous-siol. Het mannetje, binnensmonds vloekend, kwam haar na.

Toen madame Legüenne in het kaalmurige lage portaal was beland, waar aan het eene einde de tuintoegang wat licht gaf en aan het andere, schemerig, de twee vervelooze deuren vaalden, een van de groote keldergang van het huis, de andere van haar woning, — toen voelde zij zich plotseling weer in haar sfeer van tragische beklagenswaardigheid.

— „Une pauv' femme comme moi!" zei ze met een jammering vol bitter verwijt. Zij hield even stil, keek half over haar schouder... haar oogen verkwijnden als om de rechtvaardigheid des hemels af te bidden; „pauvre et malade... trés malade...!" dan keek zij geheel om, zag het kwaadwillig oudmannetjes-gezicht; er kwam een wankeling in haar oogen; zij voelde zich als naakt te schande staan in haar keurige kleeren...

Zij ontsloot de deur.

— „Zóó! zóó!" zei het mannetje, toen hij binnen stond. Hij had het hier nog nooit anders gezien dan met gesloten jalouzieën achter gordijnlooze ramen, zoodat de half-leege en lage, smalle kamers triestonbewoonbaar leken van kelderige vochtigheid; nu

Sluiten