Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bruusk keerde hij zich om, ging het andere vertrek weer binnen en met een botsje van zijn knokkelige hand, lei hij, naast den jampot en het bord beentjes, een aantal papieren op tafel.

— „Voila," zei hij alleen.

De andere malen was hij altijd behulpzaam geweest met uitleg en schikking; hij had haar gewezen, waar het bedrag stond geschreven en de handteekening en wat de cijfers beduidden. Nu bleef hij stug terug, een eind van de tafel af, en met een gezicht zoo onbeweeglijk, of hij niet van zins was een woord meer te zeggen, voor hij het geld

in de vingers had.

Madame Legüenne kwam aarzelend naderbij; ze wist nooit precies, hoe het met de termijnen zat, en sinds weken al zou ze niet meer hebben kunnen zeggen, hoeveel ze had afgedaan en hoeveel ze nog schuldig was; ze wist alleen maar, dat er altijd weer onkosten en rente-becijferingen van ingebreke-blijvende afbetaling bijkwamen, ingewikkelde rekenarijen waar ze niets van begreep, — en dat ze bijna niet opschoot.

Met een troebelen blik betuurde zij de papieren, oogde dan als een aangeschoten hinde naar den man op; toonloos-tragisch vroeg ze: „combien?"

Ze had maar één verlangen: dat ze in haar grijs morgenjasje hier stond, kouwelijk onder haar oud zwart sjaaltje, om met haar armzaligheid het vreese-

lijke te bezweren.

Zij drukte de hand in de zij, of zij daar een ondraaglijke pijn bedwong en kuchte met een hol

reuteltje. —i - 1—l

„Combien?" schamperde eindelijk de man; „Combien?" bauwde hij haar nog eens na...

En met een gezicht, of het een goedheid van

Sluiten