Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem was, nog zoo tegen haar te willen uitvallen, zei hij: — ze moest nog noodig vragen hoeveel! Sacredié, zooveel ze maar kon! ze wist toch wel, wat er allemaal stond van de1 vorige keeren, toen ze de arme stakkerd had uitgehangen; en dan nu eens eindelijk het heele termijn... nog nooit had ze een termijn voluit betaald... altijd weer afschrijven... afschrijven... hij had met haar meer last gehad dan met honderd andere klanten!

Hij sprak op een koud minachtenden toon, terwijl zijn genepen oogjes onafgewend haar blinkenden ceintuurgesp en de twee ringen aan haar vinger betuurden...

In ijlen duizel van gedachteloosheid ging madame Legüenne op de muurkast toe, haalde van achter een stapel linnen een doos:e te voorschijn... haar goede leventje van de laatste weken, haar groote begeerte naar den haan, alles was weggewischt uit haar hoofd; en zonder te weten wat ze deed, stortte ze den inhoud van het doosje naast de papieren op tafel uit: twee dunne goudstukjes twinkelden er neer, een vijffrankstuk en twee losse franken.

Toen zij daar haar goud op tafel zag blinken, kwam er even een vage lach van verwachting over haar gezicht. Zij zag naar den man...

Die was plotseling felrood geworden van nijdigheid.

„Sacre nom de Dieu!" bulderde hij, terwijl hij in zijn papieren zocht. Dan commandeerde hij pen en inkt.

— Sacré nom! wanneer of dat nou eens uit zou zijn! had hij niet staan soebatten als een zot op 't kantoor, als hij met twee en drie frankjes terug kwam... en ei! ei! Madame had de goudstukken

Sluiten