Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuin-neer het doffe hoofd naar de boekenbakken; zijn nekspier werd pijnlijk, doch hij merkte het nauw. Soms viel wel het bizondere in zijn aandacht van een oud-leeren bandje met de ronde gouden lettertjes fijn geprent in het diep-rood of bleek-groen rug ge-geledinkje; hij toefde even, nam er werktuiglijk een op, maar ging gauw door als hij dacht, dat de koopman naar hem toekwam...

't Was een verluchting, als de vitrine-reeksen eindelijk ophielden, en de kade-muur, leeg, zijn grijzen hardsteen rustig lijnde langs de rimpeling van het water.

Aan de overzijde was de lange blinde Louvre-gevel tot halver hoogte verhuld door het zonne-warrelend loover der hooge boomen, die op de „berge" stonden. Daar beneden, in de even doorgoudelde schaduw, lieten voerlui hunne paarden baden... Door het koel-belommerde water, met een enkelen licht-flits over de donker-blinkende golven vol smaragden wiegelenden weerschijn, gingen de stappende pooten te plonzen; sidderingen schrokken over de glanzende basten en zij schudden de krachtig-vrije koppen in slobber-geproest; voorzichtig plasten zij door den langzaam zich verdiependen vloed, totdat het hun klotste langs den buik; en een groot wit werkpaard, met zijn blauwig-gemarmerden romp in een glorie van groene en zilver-blanke kringen gezonken, hief hoog den stoeren smartelijken kop en lachte zijn sonoor-zingend gehinnik over 't weerklinkende water heen...

Wat later stevende Célestin, voorover gedrongen tegen het wervelend stof, door de brandende asphaltwoestijn van de Place de la Concorde, en kwam in de Rue St. Honoré.

Hij was doodmoe, niet van het loopen, dat kon

Sluiten