Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan niet uitscheiden zoo zot als hij is en de kinderen vallen tegen elkaar van het lachen. Maar op eens is het lolletje van den deugniet gedaan... de kinderen schrikken, want de bedrogen gendarme, met zijn star-puilende oogen en een hout stijf aan zijn lijf gedrukt, schiet weer toe, hij overrompelt Guignol die niet meer vluchten kan en de stokslagen kletteren op de ribbekast van den schavuit.

Uit de diepte der poppekast geuit de buikstem: „Tu as bu le vin dans la carafe de ton oncle?"

,,Oui! oui! oui!" roepen, gansch mee op in het spel, de kinderen van het voorste bankje, als huilend en met het achterom gewrongen armpje zijn zeeren rug wrijvend, Guignol niet gauw genoeg antwoorden kan.

„Et tu as bu aussi le lait dont Gertrude voulait faire la soupe de ton oncle?" buldert weer de gendarme met zijn onbeweeglijke koonen-tronie.

— „Non! non! non!" roepen de kleintjes, die voor de rechtvaardigheid zijn, want 't was de poes, die de melk had opgesnoept...

En dan vangt er weer een nieuw bedrijf aan van de galgenstreken van Guignol.

Een half uur later stond Célestin nog op zijn zelfde plaats achter het touw. Uit zijn klare blauwe oogen blonk dezelfde vreugde als uit de oogen der kinderen; zijn baret stond welgemoed achter op zijn haren. Hij zou nog uren zoo kunnen staan en genieten van het pleizier der kleintjes en van hun mooi...

Als even voor twaalf 't gordijntje van de poppekast neêr denderde en de man met de harmonica zijn lijzig afscheidsdeuntje uithaalde, zuchtte Célestin eens, keek rond, als was de wereld gansch veranderd in dien tusschentijd, en verwonderde zich over zijn

Sluiten