Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kozen: één, zeer bizonder-tintig, van een keverglanzig blauw-groen, dat vreemd en toch harmonisch stond bij zijn roode puntbaardje; het was een stijlvol strak-gelegde lus, die, zoo had hij berekend, in het hoog-sluitend lichtgrijs van zijn beste zomerpakje een effect zou maken van juist voegzame artistieke onofficiëelheid en goeden toon. De andere was meer los en sierlijk voor de vrijere uchtendkleedij, een soepele zijden cravate van grijze en witte en zwarte ruitjes, die hij, zwierig als een jabot, in zijn linnen jasjes kon dragen, zelfs met een blooten hals.

Dan had hij' zich een paar nieuwe schoenen gekocht, maar niet zonder moeite, want hij had een grooten voet en hij was in wel vijf magazijnen geweest vóór hij in zijn nummer precies dat eigenaardig week bruingele van kleur en dat bizonder Engelsch-lange van vorm had gevonden, dat hij zich begeerde.

In de Belle Jardinière eindelijk was hij een hoed gaan uitzoeken; hij had daar, tot zijn groote vreugde, iets zeer buitengemeens aangetroffen: den gewonen ronden, strakken artistenhoed dier jaren, een breeden stijf-platten rand en een lagen platten bol, maar dien hoed nu van parel-grijs, fijn-vast vilt, de aangewezen dracht voor den na-zomer... Kéurig! vond Aristide. Omdat hij zoo luchtig was en zoo stevig tegelijk, was hij heel duur. Alles bij elkaar had hij veertig franken uitgegeven, juist de helft van wat zijn moeder hem maandelijks boven zijn toelage nog uitspaarde.

Die hoed, dat was de artist in hem, lei hij aan Jozette uit, zijn schoenen, dat was de dandy, en zijn keverkleurige das was het compromis van de twee. Hij was zeer voldaan en stelde zich veel voor van de bezoeken, die hij in Roubaix zou moeten afleggen.

Sluiten