Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Pardon, Madame, ik prefereer de cordelière... wordt dit vilt niet rood ?"

Madame Dutoit, plichtmatig, zonder geestdrift noch overreding, prees hare artikelen: „kazimier, Monsieur 1'abbé... echt konijnenhaar... geen schapenwol... dix francs cinquante... met een satijnen voeringkapje, onze-cinquante... een bruin? een rood?... zelfde prijs..."

De pater, door die overtuiginglooze aanbevelingen niet geleid in zijn keuze, zocht en keurde lang, al oreerende en niet tegengesproken.

Met de nieuwe week kwam, strak en onheilspellend, of het de uitspraak van een vonnis gold, madame Dutoit aan Jeanne zeggen, het groote handvalies uit de bergkamer te halen. Zij liet het zich in het magazijn zetten en begon te pakken. Onder het bolderig heen en weer loopen naar de slaapkamer, hoorde Jeanne haar hardop regelen: drie paar dunne sokken... drie paar dikke sokken... twee witte vesten... Den ganschen ochtend ging, als een levende onrust, het jachtige tikkelen vain den stok over de parketvloeren.

En tienmaal in den loop van den morgen kwam Herz uit de eetkamer naar het magazijn geschoten. Zijn goedig-bleekbruine, bijziend-knipperende oogen vol bezorgdheid genepen onder de saamgetrokken brauwen, stond hij met kleine, bemoeizuchtige gebaren bij het pakken toe te zien... was zijn daagsche jasje niet vergeten?... zou ze om zijn twee nieuwe dassen denken?... in een hoek van 't valies tipte hij even den inhoud op, om zich te vergewissen... o, ja, zoo, lag dat daar... en hij haastte weer naar binnen, waar hij bezig was aan het regelen van zijn papieren.

Die zenuwachtige en wat beuzelige bedisseling,

Sluiten