Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrippen, toen al, waar ze trotsch op was. Dat Duitsche ploeteraartje met zijn zachte heimweeachtige oogen en zijn stil vriendelijk gezicht, had eerst haar medelijden opgewekt; dan, als zij merkte, hoe hij wel scheef en onlevenswijs in het groote en vreemde Parijs stond en voor zijn beroep niet deugde, maar in den grond veel verstandiger was en bezadigder dan zij, en onderlegd in allerlei dingen, waarvan zij niets afwist, toen was zij werkelijk van hem gaan houden. En hij, met de hulpbehoevendheid van zijn verbijsterde leven, had zich aan haar vastgeklampt en aan haar zich weer omhoog getrokken. Zoo waren zij altijd samen gebleven, ieder met zijn eigen kostwinning, vrij, en zoo goed voor elkaar als ze maar konden. En met de jaren was ze, diep in haar hart, meer tegen hem gaan opzien, had zich nog inniger aan hem gehecht. Hun eigenaardigheden hadden zich verscherpt: in hem, zijn zwak voor verzamelen en zijn voorliefde, om in de schemerig gehouden eetkamer vol oude spullen in zijn oudste jasjes te hokken; bij haar zelve, haar bazigheid en grillig bruusk-doen... ze wist het wel, maar ze wist ook, hoe dit niets dan uiterlijk krachtvertoon was; hoe in 't wezen der zaak het stille beleid van Herz de vastheid was geworden, waarop zij steunde. Herz' trouw was het geloof van haar leven, Herz' ondergrondsche bestiering haar rust.

Ze was wel veranderd in die tien jaar! ze voelde plots met een ijlen schrik, dat, alleen, een verlaten vrouw, zij geen veerkracht meer zou hebben, een ontgoocheld leven te dragen.

Och, dacht ze dan, als Herz toch ooit eens had kunnen besluiten, die wijnmakelarij aan kant te zetten... als hun kameraadschap eens zoover was gegaan, dat ze samen één zaak waren gaan drijven.

Sluiten