Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en als Jeanne, met een schrikje, maar goedig dadelijk, omdat zij de andere ongelukkig voelde, van nietbegrijpen knikte, madame Dutoit, heftiger weer en schijnbaar zich vroolijk makend; „„das Vaterland! das Vaterland! versta je dat dan niet?"

Dien avond zaten Herz en zij in hun eetkamer onder de lamp. Zij had een soort van zeer zoete abrikozen-beignets met kirsch voor hem gebakken, waar hij veel van hield, en met een opgestapeld bordje naast zich, pikte hij daar snoepsgewijs telkens eentje van aan de vork.

Hij keek bedrukt en verscheiden malen draaide hij halfweg om op zijn stoel en bleef even bladeren in de papieren op zijn schrijftafel achter zich. Dan was zijn afgewend gelaat, schuin over de wang van lamplicht beschenen, oudachtig ingevallen en met iets armelijks van dunne plukjes haar in den nek. Zij zag het met zorg en met vreugde tegelijk.

Zij had zich verkleed voor dien avond, droeg een glanzig wijnrood zijden lijf met smalle witte kantjes versierd, dat haar jong maakte. Dan stond zij op, ging aan het buffet nog een glas wijn halen voor Herz, om te drinken bij het zoete gebak, en verzachtend haar manier van spreken, gaf zij hem, vol drang, goeden raad voor op reis.

Hij knikte en keek haar nadenkend aan; er was een verzwegen gedachte in zijn hoofd.

Toen at hij zijn laatste beignets; ze waren bizonder lekker, prees hij, en hij lachte haar toe.

II.

Als den volgenden morgen Herz vertrokken was, ging madame Duitoiit dadelijk, in een jacht van

Sluiten