Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van haar naambord... en midden op de vlakke fa^ade stak één alleenig balconnetje uit... daar waren die drie kamers van Herz en haar... Het huis stond daar zoo vriendelijk in de middag-klare straat, maar het was haar op eenmaal, of zij er door-heen zag: van binnen voos, twee stapels platte doozen vol onzuivere luchten en ruzie en leed, vol eenzame levens en in onbespiede eenzaamheid ontstellende menschengelaten...

Met een afschrik ging zij binnen.

En nauwelijks klikte het slot weer dicht, of Carpentier verscheen in de loge-deur. Hij had zijn starre gezicht van onaangenaam te willen, en achter hem dreigde het zware postuur der vrouw.

— ,,Ze is heelemaal beteuterd!" had Hortense gezegd, toen haar man thuiskwam, — „nou kun je ze te pakken nemen!"

Met zijn gekleede jas, gauw aangeschoten, had hij zitten wachten.

Zijn stuurlooze ooglid moeilijk opgetrokken boven den glazig-grauwen en wittig-blinden bol, zei hij, met een verkennings-blik van heimelijke beduchtheid nog, dan in een doorbrekend plezier:

— „Ik mag niet toestaan, Madame, al is u ook duizendmaal Madame Dutoit, dat de orde in het huis door u wordt verstoord. Als die jongen van den Temple weer na twaalven komt, om uw afval naar beneden te halen, zullen wij zoo vrij zijn hem terug te zenden. Een lorrejood met vuile doozen 's middags op de trap... daarvoor moet u in een ander soort huis gaan wonen."

Madame Dutoit zocht naar een woord... zij leunde zwaar op haar stok, had dan een zenuwachtigwoedenden hoofdknik van beleedigde machteloosheid en ging plotseling door.

Sluiten