Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest. Zij praatte even over den koepel en over Puvis; als zij een paar technische termen gebruikte, voelde mademoiselle Villetard zich eensklaps op zeer vijandig terrein.

— „Zeker, zeker," zei ze gauw en het gesprekje brak weer af. Nog altijd zittend aan de tafel, die Jozette eerst had leeggedragen en dan weer vol schoongewasschen aardewerk gezet, ging zij nog eens het summiere plattegrondje na, dat zij van Parijs in haar hoofd had.

— Carnavalet, overlei ze; maar ze wist niet precies, waar dat lag; ver weg; ze was er alleen per rijtuig geweest.

Stil en zorgzaam bewoog Jozette's bedrijvigheid door de avondlijke kamer.

—- „Ze is het zoo waard," dacht mademoiselle Villetard, ,,'t is een meisje uit honderd."

Dan, op eens, met haar charmante ouwe-vrouwtjesviefheid kwam zij de stilte breken.

— „Maar in Cluny ben je toch nog niet geweest?" vroeg zij, gespannen.

— „Nee...," zei Jozette, met nog wat sterker de nieuwsgierigheid van daareven in haar stem.

— Dat was een vondst! verheugde zich mademoiselle Villetard bij zichzelf. Dom, dat ze daar niet eerder op gekomen was. Naar Cluny, daar was ze vroeger met al haar leerlingetjes heengegaan; Cluny, zoo rustig en zoo interessant en zoo aardig ook; je kon daar aan alLerlei eens een lesje vastknoopen in de geschiedenis en de aardrijkskunde en de ethnographie, en anecdotes vertellen over de draagstoelen en de oude koetsen en het antieke schoenwerk...

— „Nou, liefje," zei ze, in de wolken, „dan gaan wij morgenmiddag samen eens naar Cluny!"

Sluiten