Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grepen naar hun beurzen, haalden hun twee franken uit... Alleen Carpentier, toen 't op betalen aankwam, wou terug-krabbelen... zeurde iets over bloemen koopen... hij had een vage sluwheid van berekening in zijn kop, dat hij er dan goedkooper af kwam.

Maar Bonneau werd nijdig: — Sacré nom! als hij nog geen twee franken voor een ongelukkigen vriend over had... hij wou dan maar zeggen... de vriendschap... „1'Amitié... 1'amitié...!" betoogde hij, met groote gebaren; maar daar hij nooit veel praatte, liet hij het erbij.

Legüenne, met de acht franken in zijn hand, ging den winkel binnen en kocht den krans.

Als hij weer buiten kwam, posteerden zij zich in een kring midden op het trottoir om den aankoop van nabij te bekijken; zij betastten de kralenboogjes en de bloemetjes en de witte letters; Louis' oogjes glommen van genot.

Toen er voorbijgangers óók bleven staan en binnen hun kring gluurden, stak Legüenne schielijk den krans weer in den reeds half gescheurden papierzak.

— „En route," commandeerde hij weer, en tot Carpentier en Louis: „Ou allons-nous?"

Louis en Carpentier keken elkaar aan.

— ,,A Montrouge," zei Emile.

— „Non, non," zei Louis, „k Ivry."

Bonneau brak in zóó'n bulderlach los, dat de juffrouw uit den kransenwinkel op de stoep kwam om te kijken, wat er was.

Legüenne grinnikte, trok van de lol zijn stroohoed nog wat naar achter op zijn kalen schedel.

— „A Ivry!" schreeuwde Louis weer; hij werd kwaad... hij zou toch wel weten, waar zijn vriend Jean Pichard begraven lag...

Maar Carpentier bezwoer, dat hij, op de begrafenis,

Sluiten