Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarloosd... c'était béte... maar daarom hoef ik tegen u toch niet te boudeeren... ?"

Aan de andere zijde van het zaaltje ging een klein applaus op voor een cabotin, die daar charges stond te maken van Mounet Sully en Sarah Bernhardt en Polaire... Thierry had zich erheen gekeerd, lachte en klapte even mee, welwillend maar zonder belangstelling.

Zoo van terzijde gezien had hij blauwig-dóórschemerende wallen onder de zachte, lichtbruine oogen, de fijnbelijnde wassige wangen waren wat slap en zonder trekken, maar in den zeer zorgvuldig onderhouden knevel en zijig brullenden baard lag smal en sterk-rood de vastberaden mond, een mond van gesloten wil en koppige geestkracht.

Zijn moeder was een Engelsche en om het zachtgolvig blond van zijn haren en zijne blanke gelaatskleur werd hij veel voor een Deen of een Noor aangezien. Er was een verfijnde correctheid in zijn kleeding, met iets even origineels, dat zich meer raden dan ontleden liet.

„U hadt misschien een paar jaartjes later kunnen komen... dat neem ik u alleen een beetje kwalijk..."

en er was evenveel scherts als ernst in zijn stem, — „ik had haar graag nog op mijn Marokkaansche reis meegenomen... wij waren zoo gewend aan elkaar... en dan in den vreemde..."

Aristide had nog nooit zoo het leven bekeken. Als hij bewust dacht en voelde, trachtte hij altijd in uitersten van opgevoerd, vermoioid sentiment te verkeeren... Verbluft zat hij Thierry aan te zien; hij wist niet, dat men zoo spreken dorst; hij vond het cynisch, maar hij dacht ook: dat is iemand, die een groot artist is geworden... hij zag zichzelf erg jongensachtig en onervaren.

Sluiten