Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

draperie weer open, en vroeg: „Wie heeft er een haan hier in huis?" — Zijn zwarte, troebel-onuitgeslapen oogen zagen tegelijkertijd onwillig naar wat Jeanne daar toch aan den muur stond uit te richten, hij hield niet van dat ongewone geredder.

— ,,Madame Legüenne heeft een haan gekregen,' zei Jeanne.

Valency trok een nog bokkiger gezicht; in het antwoord scheen hem iets tegen te vallen. Het tapijt-gordijn zuchtte weer dicht.

Toen hij een half uur later ontbeten had en in 't entreetje z'n pantalon nog even afgeschuierd, dook hij in zijn lange, zware duffelsche jas met den breeden, gekruisten astrakan kraag, zette zijn ronde astrakan muts op, die hem tot op de wenkbrauwen zakte; hij zag er zoo uit als een kleine vieve Pool of Turk.

— „Madame Dutoit heeft dus geen haan?" vroeg hij nog eens aan Jeanne.

Die knikte van nee...: Gabrielle, die had sinds

gisteren een haan...

— „Zoo," zei Valency. 't Speet hem. Dat zieke mensch had hij graag haar genoegen gegund, maar hij kon er niet onfrisch voor op zijn laboratorium komen. Hij was midden in den nacht wakker gekraaid en met zijn nerveuze Oostersche natuur, als hem eenmaal iets hinderde in den slaap, dan kon hij wel uit zijn bed stappen. Het eenige wat hem dezen langen waaknacht nog gekort had, was de plezierige veronderstelling, dat het duivelsche dier aan de pastoorshoedendame hoorde en hij met die „vrije vrouw" misschien een schermutseling zou kunnen uitlokken.

Nu, half besloten, ging hij de gang door... hij »ou maar niet klagen in de loge... Eigenlijk was

Sluiten