Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Petrus werd er niet wakker van, maar toch had hij méér last van den haan dan wij; en misschien had die waarheidlievende haan nog meer last van Petrus, dan Petrus van hem."

— „Toch een leuk wijf," dacht Valency, en terwijl madame Carpentier een verdwaald „Hoezoo ?" vroeg, zei hij:

— „Foei, Madame Dutoit! durft u met Petrus spotten ?"

— „Natuurlijk" antwoordde ze, „Petrus verdiende zijn haan, maar die haan hier beneden hoeft niet met óns te spotten!"

Valency voelde wel vaag, dat wat ze zei niet heelemaal klopte, maar dat kranige wijf zei het alles met een aplomb, dat hij maar niet zoo direct een rake kritiek erop wist.

— „Nou," zei hij lachend, „ik kan wel heengaan, het is aan u verder wel toevertrouwd..."

Als hij de huisdeur achter zich dichttrok, hoorde hij de klinkklare vrouwenstem weer victorie kraaien.

— „Madame Coquerico," doopte hij haar bij zichzelf.

Teen in den namorgen ook madame Gros, terug van haar marktgang, verlegen maar snibbig haar bemerking was komen maken, stond het bij de Carpentiers vast: de haan moest weg, en op staanden voet, vóór den nacht nog.

Emile ging zelf naar beneden om het gebod uit te vaardigen; — zij waren niet geraadpleegd bij den aankoop; 't dier was er zonder hun toestemming gekomen... daarop drukte hij in 't bizonder.

Gabrielle, plotseling opgeschrikt uit de sentimenteele zaligheden der laatste vierentwintig uur, trachtte met haar deerniswaardigste smeekoogen het onheil

Sluiten