Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst nog af te bidden: het eenige plezier van een ziek mensch als zij... Monsieur Carpentier...! maar Carpentier, onvermurwbaar, haalde de schouders op, om te beduiden dat hij zwichtte voor omstandigheden sterker dan hijzelf.

Gebroken, tragisch, klom zij hem na, de trap omhoog, naar de loge... Hortense had erg met haar te doen: zoo verheerlijkt als de ziel geweest was, den vorigen middag, toen de melkjongen met den haan kwam aandragen!... ze hadden haar nog nooit zoo in de wolken gezien, zoo uitzinnig blij...

— „Ecoute Gabrielle," zei ze goeiig „...madame Dutoit, madame Gros, monsieur Valency... n'est-ce pas... ?"

Zonder een woord, met haar benepen smartgezicht, ging zij weer heen. Zij ging naar beneden, kwam weer boven, ging de voordeur uit, naar de melkvrouw; zij kwam weer terug, ging nóg eens... zij maakte de gang vol van haar troostelooze ellende.

De melkvrouw kon den koop niet ongedaan maken... als ze een paar uur vroeger was gekomen... toen had ze nog een aanvraag gehad... maar nu... gekocht was gekocht... ze wou wel zien hem voor een koopje weer van de hand te doen... zij zou er dan natuurlijk een paar francs bij moeten laten zitten... ze wou het dier ook wel slachten voor haar, als dat moest...

Madame Legüenne stond met de armen slap verslagen langs het lijf.

„Slachten...?" vroeg ze met een onnoozele ontzetting, maar diep in de weeë reeën-oogen was iets komen smeulen als van verholen lust. Het „Réveillon" was haar in de gedachten geschoten... smullen aan den haan met „Réveillon"...

Toen madame Carpentier haar wat later op het

Sluiten