Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan zijn voeten lagen twee ledige laadjes, die hij uit het eikenhouten kastje had genomen; als hij Célestin zag, trok zijn bleeke gezicht nog strakker weg.

— ,,'t Kan niet... 't kan niet," steunde hij; er welden tranen aan de randen van zijn oogen.

— „Maar je hebt het toch gewild!... je hebt het zelf gewild!" riep Célestin hartstochtelijk, „heb je 't dan niet gewild ?"

En in zijn berooid-voelen en oogenblikkelijke versuffing, zei Aristide de naakte waarheid:

— „Ja... maar later of zoo."

Een tijdlang was het een schrille stilte. Célestin zag in den spiegel, onder den gelen lichtdamp der verdubbelde kaars, zijn bleeke hoofd boven den schoorsteenrand uitsteken; zijn oogen waren zwaïte plekken en zijn neus was leelijk en breed boven den gekorven mond. Dan keek hij naar Aristide, hoe die te staren zat, de oogen glanzender en strak tusschen de rood geworden slapen.

Na enkele lange minuten, als uit twee vijandige kampen, waar zij hun gedachten hadden afgezonderd, kwamen zij weder samen in de verwarring van het dadelijk-gebeurde en zij overleidden: — de Gare St. Lazare?... waar moest zij dan heen gegaan zijn?... Rouaan?... Nantes? Had zij daar familie? Zij wisten het geen van beiden... Konden zij niet informeeren?... Nee, dat ging niet aan een groot station, zei Aristide, dan moest je er een politiezaak van maken, en dat wou hij niet.

— „St. Germain en Laye... Argenteuil..tobde Célestin nog.

Dan, in een innig denken aan Jozette, herinnerde hij zich, hoe zij in een vertrouwelijk uur, al lang geleden, hem eens vaag iets verteld had over den

Sluiten