Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was terzij genegen naar de kamer toe, en de eene lange smalle hand, rozig van de neerwaartsche houding, hing af op den rand van het zichtbaar gebleven roode kleed; als een zachte windwuiving ging het gelijkmatige ademen over zijn effene gezicht en om zijn mond, beschaduwd in de rust van den slaap, zweemde een lach. Uit het lage nachthemd kwam de tenger-lange hals gebogen met een begin van fijne rugwerveltjes, scherpkantig onder het strakke vel... De eerste opwelling van Célestin was die van een minachtenden haat; maar zoo argeloos en vertrouwend, als een kind, lag de ander daar in zijn diepen, wetenloozen slaap... Célestins gezicht ontspande zich: voor het eerst dien dag kwam er een zachtheid voor Aristide en een bijna vergeven in zijn hart.

Hij verzette de kaars, die den slaper in 't gezicht scheen, sloot zacht de deur weer achter zich dicht...

Met een weening van weemoed door zich heen, het hoofd strak en dof van als geronnen smart, sloop hij, sterker huiverend, door de koude nachtstraat naar huis.

Sluiten