Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.

I.

— „Ma chère dame..." zei dokter Besnard, en met de vrijpostige joviaalheid, die hij alleen tegenover de enkele meer gegoede zijner patiënten in bedwang hield, gaf hij zijn stoel een rukje naderbij en lei de zware, roode hand op Madame Lourty's arm, — „ma chère dame, le malade va moins bien!"

Madame Lourty trok onwillekeurig den arm terug.

— „Maar eergisteren zei u toch zelf... ik geloof niet..." kwam zij weerspannig, als trachtte zij door een hevigen tegenwil een naderend onheil af te weren.

— ,,Si si,"- zei dokter Besnard, ontstemd dat men hem weersprak; dan lachte hij medelijdend, wel gewend aan het eigenzinnig leeken-onverstand. En de handen steunend op de uiteenstaande knieën, het zwaarlijvige bovenlichaam voorover gebogen naar de kleine figuur in den canapé-hoek, gaf hij naderen uitleg van zijn bevindingen: — de psychische gesteldheid was abnormaler dan gewoonlijk, grootere opwinding gisteren dan hij nog had waargenomen, neerslachtigheid vandaag; 't weerstandsvermogen begon ondermijnd te raken, de pols was slapper, het uitzicht minder gunstig, tal van symptomen,

die den medicus waarschuwen... en het ergste was

de qeheuaenzwakte... had zii niet ooaelet, hoe hu

Sluiten