Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te wezen, en in een voorzichtige gespannenheid, dat het met Alphonse goed blijven zou, dempte haar stem. Maar Etienne, als een vrijgelaten vogeltje, kwetterde zijn hellere blijdschap boven die bedaardheid uit, deed hooge vragen en wees hun alles, wat zijn rappe kinderoogen bemachtigden.

Doorzichtig en vol zachte zon lag het wazig-bruine bosch met zijn breede grasbegroeide lanen aan de overzijde van den weg. De derde laan togen zij in. Een ruiter kwam hun achterop gedraafd, galoppeerde langs hen heen en verkleinde in de diepte van het zon-nevelig twijgen-berceau; nog lang ging het ploffen van de hoeven als een zacht-verre echo in de ijle stilte.

Toen Etienne terzijde, tus-schen rullige dorheden van mos en oude blaren, de hei-groene pollen van een paar primula's zag, met de vlossig-teere, bleekgele bloemen daaruit op, en die plukken wou, verlieten zij den grooten weg en namen een slingerpaadje dwars het hout door. Als een jong paardje draafde het kind rechts en links tusschen de boomen, bukte en plukte, en hoe verder zij het lagere geboschte indoken, hoe meer hij er vond! Heel den omtrek, leek het hun, maakte hij vol met zijn fel-blije roepen naar hen: „encore!... encore!... des touffes!... des brasséesI... viens donc cueillir aussi!» Dan praatte hij weer zachter voor zich heen, met plotse kreten en gelach.

„De jongen moest vaker naar buiten" zei Lourty.

En als hij eindelijk hijgend en met blakerende wangen hun zijn oogst bracht, bond zijn moeder een zakdoek rond de stelen en hing den bos, dat hij fnsscher zou blijven, aan den knop van haar zonnescherm. Moe van het draven liep hij dan, aan

Sluiten