Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „En Alphonse ? en de verplegers ?" vroeg hij nog. — Alphonse dronk alleen melk, die de verpleger voor hem warmde... maar de verpleger zelf?... daar had zij nog niet aan gedacht... Misschien had Jeanne daarvoor gezorgd.

— „Enfin..." zei Lourty. Hij had haast, om den dokter te treffen en vertrok.

De komst van haar zwager en de zekerheid van bijstand hadden haar wat kalmte gegeven. Het was haar, of zij uit een koortsdroomwereld weer een vasten bodem onder zich voelde en iets van het gewone bestaan herkende. Zij ging in de keuken zien, of er ook wat te doen viel. Zij vond er alles ordelijk; alleen stond er op de tafel een mandje met leêge schaaltjes en vorken... zij wist niet wat het was —: van de mannen, dacht zij. Ze at een stuk brood met een hompje gruyère, die zij uit het buffetje kreeg.

Toen Jeanne om drie uur van madame Dutoit kwam, zei die, dat zij drie portie's eten had besteld. De verpleger, die buiten de deur zat, scheen het aangenomen te hebben.

— „Wij hadden immers gezegd, dat het zoo het beste was?" vroeg Jeanne.

— „Ik weet het niet," zei het vrouwtje. Jeanne stond naast haar, waar zij aan tafel zat. Dan, voor het eerst, schreide zij stil, het hoofd tegen Jeanne's arm.

— „Maar heeft Madame dan niets gegeten ?" vroeg Jeanne verschrikt.

— „Wat brood en kaas," zei ze, „daareven."

Jeanne haastte zich naar beneden, om eieren en

boter, in de crèmerie.

— „Dat is wat voor de Carpentiers, een gek in huis," zei de melkvrouw.

Sluiten