Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebeurde hun zoo speet en hoe dat met Hortense al lang vergeven en vergeten was... Als hij het koelbleeke en onwillig-afwerende gezicht tegenover hem zag, zei hij, raar en onbehouwen:

— „Ja, u zal de narigheid wel moe zijn."

Madame Lourty had enkel een hooghartig-ver-

wonderden blik en Carpentier, al onbeheerschter, raakte opeens een heel anderen kant uit dan hij aanvankelijk gewild had.

Hij zei: — „U bent anders niet de eenige, die er moeite door gehad heeft... U moet niet vragen, hoeveel menschen in huis die nachten niet geslapen hebben en bij Hortense hebben wij tweemaal den dokter gehad."

— „Ik zal u die visite's graag vergóeden." Het gezicht van madame Lourty trok nog starrer te zamen.

— „Oh! pour 9a..." kwam Carpentier grof, „wij kunnen het misschien beter missen dan u."

Dokter Besnard was tweemaal, in 't voorbijkomen, de loge binnengegaan, om zijn hart te luchten over de groote gebeurtenis, en dien eersten middag had Hortense hem een zenuwdrankje gevraagd.

Madame Lourty bleef zeer kalm. Zij had een gevoel alsof niemand haar meer zou kunnen beleedigen.

— „Het adres van mijn zwager is eenvoudig: Monsieur Henri Lourty, Orléans... hebt u mij verder persoonlijk nog iets te zeggen?" vroeg zij.

— „Nee," zei Carpentier gebelgd. En met een ongemanierden groet ging hij heen.

— „O! ja, verhuizen!" zuchtte het vrouwtje, „verhuizen... weg uit dit huis."

lederen morgen kwam Jeanne met berichten van appartementen, die ze den voorgaanden middag was gaan kijken: — Ze had een „logement"

Sluiten