Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen het appartement tien dagen had te huur gehangen, kwam op een middag madame Carpentier bellen en vroeg bizonder vriendelijk of een heer en een dame — zij stonden al achter haar — even de localiteit mochten in oogenschouw nemen.

Met hun drieën traden zij binnen.

Madame Lourty ging weer aan de eettafel zitten, waar zij bezig was geweest met linnengoed vouwen. Een paar maal had ze een pijnlijk-nieuwsgierigen blik naar die vreemde man en vrouw, die misschien hier, in die kamers van Alphonse en van haar, zouden leven, en daar nu, achter madame Carpentier aan, door het nauwe entrée'tje drongen de keuken in, en toen de slaapkamer in, en het salon in, en dan weer door de tusschendeur keken, verrast dat ze zóó weer in de eetkamer belandden.

De vrouw, een wat dorpsche burgerdame, in de rouw, neusde" overal erg precies, maar de man, lachend en blozend van verlegenheid, keek over haar schouder en vond alles goed.

Madame Carpentier probeerde telkens vertrouwelijkheden met madame Lourty: — hoeveel jaar had Madame hier wel niet gewoond? — ja, zij hoopte dat de nieuwe huurders even lang bij haar zouden blijven als Madame; — Madame-hier was altijd zeer tevreden geweest over het appartement, dat wist zij wel; — er ontbrak dan ook niets aan: „Salie k manger pas trop grande mais comme il faut," ,,petit salon," „chambre sur le jardin," geen donker hol van een entrée, lichte keuken, nog dat kleine kamertje voor logé's of voor berging, veel groote placards, zie eens: — „ik mag wel even nietwaar, Madame Lourty?" vroeg zij joviaal om den hoek van de deur. Zij deed allerhartelijkst, zoo van de gezellige concierge met de vriendelijke

Sluiten