Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huurster, en, vreemd, zij méénde het in haar hart, zij wist niet waarom.

Maar madame Lourty ging er weinig op in, had nu en dan een koel-bèleefd antwoordje of een stilzwijgend-to es temmende hoofdbuiging.

Opeens, toen ze weer in het entrée'tje terugkwamen, schrok madame Lourty hevig van den meneer; over de schouders der vrouw staarden haar hei-blauwe oogen aan in een rooien kop; maar dan zag ze een dom-lachenden mond en zij hoorde zijn sullige stem.

„Nee, dat kan niét," zei zijn vrouw vinnig, „die groote kast kan nérgens staan."

„Maar als u uw bed andersom zet," sloeg madame Carpentier voor, „hier dit bed staat nu zóó..."

Madame Lourty stond op en sloot de eetkamerdeur. Ze kon dat praten niet meer hooren.

Den dag, volgende op dien, had madame Lourty nog tien franken in huis, van de zestig, voor haar beleende broche en horloge ontvangen. Het duurde nog dagen voor het laatste tractement kwam. Ze moest iemand uit een tweedehands-meubelmagazijn laten komen, — maar Jeanne was daar onberedeneerd sterk tegen.

Toen, op den middag van den negen en twintigsten Maart, — het was juist veertien dagen geleden, dat Alphonse naar St. Anne werd vervoerd, — kwam er een lange brief van madame Lourty's twee oude vriendinnen in Boulogne, aan wie zij pas kort te voren de laatste treurige gebeurtenissen uit haar leven had medegedeeld.

Die beide vrouwen, ook uit Genève geboortig, bestierden, sinds lange jaren al, in de Rue de 1'Avenue bij het Bois de Boulogne, een bloeiend

Sluiten