Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vagen blik, alsof zij in diepe verschieten een visioen van louter heerlijkheid aanschouwden...

Zoo stond zij midden in het „magasin" van madame Dutoit.

Er was een vaste, stralende lach over haar gansche wezen.

— „Ik dacht, Jeanne," zei madame Dutoit, die nieuwsgierig den hoed monsterde, „dat je met die reis van madame Legüenne niet ingenomen was... is dat weer bijgedraaid ?"

— „Och ja!" zei Jeanne los, alsof zoomin de vraag als het antwoord tot haar doordrongen.

Nog eens liet zij den hoed, met haar beide handen dien houdende nu, eerst van boven-op zien, dan van binnen-in...; toen ging zij weer verder.

Zij klopte aan het studeervertrek van dokter Valency.

— „Binnen" riep hij.

Voor het groote ebbenhouten bureau stond zij met dien heuglijk-opgetogen lach nog over haar gansche wezen, maar met vreemd moe-vertrokken oogen al, die, diep-in gloeiende, schuin onder de hooge wenkbrauwen heenlagen naar de slapen.

— ,,Qu'est-ce que c'est que 5a, Madame Chrysanthème?" vroeg dokter Valency met een verbaasd spottenden blik naar het wonderlijke hoofddeksel, dat daar plotseling in zijn stille studeervertrek was komen binnenwieken.

Jeanne, met een stem als van een kind dat uitgeput raakt door een te groote feestvreugde, deed nog eens haar naïef verhaal:

— Over vier dagen reisde madame Legüenne naar den Sénégal... die had zich een prachtig uitzet gekocht voor de tropen, en een moustiquaire... en dit was haar hoed...

Sluiten