Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Je zoekt nog altijd dat oude liefje van Baroche ?" had een studie-kennis hem op een morgen gevraagd... „ga 's nachts na twaalven eens in de Olympia kijken, beneden..."

Drie avonden had hij gewacht; hij durfde niet... Dit was gruwzamer nog dan het gaan naar de Morgue, waar hij telkens, de eerste dagen van haar verloren-zijn, was heengedreven en die hij toch niet in had gekimd... Dit, al wilde hij zich wijsmaken, dat het een vergissing zou wezen, dit, dat voelde hij, was waar. Toen hij eindelijk, den vierden avond, gegaan was, toen, dadelijk bij zijn binnenkomen, had hij haar herkend, en dadelijk, in éénen blik, had hij geweten...

Op een hoog tabouret, waarlangs, onder een grijswitten avondmantel uit, de gras-groene zijde afhing van haar rok, en met een groen-gazen hoed vol zwart-paarse papavers, schel en somber op haar zwarte haar, zat zij aan de koperen toonbank-stang geleund en dronk haar dampenden américain. Twee jonge mannen en een oudere in 't licht-havana en met een cylinder achter op 't hoofd, waren bij haar; zij zei iets, er werd luid gelachen; toen keek zij om... Célestin wist niet, of zij hèm gezien had... hij haar maar al te hevig! Hij zag haar gezichtje, hooghartig uitdagend, koel en fel tegelijk, met den raadseligen glimp in haar oogen, dien hij wel kende, maar met een nieuwen, koud-wellustigen lach om de schrille, heet-rood geverfde lippen, rooder en schriller bij den groenen weerschijn, die over haar matbleeke voorhoofd viel.

Toen had de oudste der drie mannen spelenderwijs den fijnen gouden haak van zijn rotting gestoken in het zeer laag décolleté, dat uit den openstaanden mantel kierde...

Sluiten