Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Annie.

Ik wist niet, dat ik er zoo'n goeien vriend op na hield. Wie is hij ?

Emma.

Och, je kent hem wel. Vier jaar geleden hebben jelni mekaar ontmoet in Arnhem. Hij is nu juist voor drie maanden te Utrecht omdat hij een paar portretten moet schilderen. Hij heeft een beeldig pastelteekeningetje van mij gemaakt, 'k Yind het zelf wel wat geflatteerd, maar hij zegt, dat 't nog niet half goed genoeg lijkt, . . . m'n ziel heeft hij er nog niet heelemaal in kunnen leggen . . . Maar Ans, ik geloof, dat hij meer ziel in me zoekt, dan er te vinden is. 'kHeb 't hem eerlijk gezegd, maar hij lacht me uit en zegt, dat hij dat 't best kan beoordeelen.

Annie iheel zacht, droevig).

't Mooie, lichte vogeltje!

Emma.

Heb je hoofdpijn, Annie ?

Annie (glimlachend).

Een beetje, 't is vanavond zoo zwoel in de lucht. [Marie komt achter Annie staan en slaat den arm om haar schouder. Emma blijft op den grond zitten, den arm op Annie's schoot, meestentijds staart ze met een gelukkige uitdrukking op haar gezicht voor zich heen.)

Emma.

Kun je je nog voorstellen hoe hij er uitziet, Annie . .. ? Misschien niet zoo heel precies meer, 't is al zoo lang

Sluiten