Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met 'n sclioone Telegraaf, waschte éen van de stapel vuile bordjes in de keuken, zette water op 't stel, stak de lamp in de kamer aan, veegde den vloer, dee precies als 'n vrouw met kleine attente zorgjes voor den jongen op de kanapee.

„Je ontbijt staat klaar."

Hij ging opzitten, keek de kamer rond, die er voor ons doen gezellig-opgeruimd uitzag, keek naar z'n ontbijt, zakte weer terug op 't kussen met hortende snikken, uithuilend zonder 'n woord er bij te zeggen. Verlegen scharrelde ik an de dingen op mijn schrijftafel, 'n Man die huilt is 'n lamentabel ding en 't maakt me wanhopig-melankoliek.

„Wat is 'r dan, Scherp? Toe nou."

„La-me maar gaan. La me maar gaan."

Stil bleef 'k bladeren in 'n boek, tot z'n snikken bedaarde. Toen zei 'k héél zeker:

„ ... Uit met Trees, niewaar ?"

„Ja"...

'k Bladerde verder. Een weer opkomende groote strooming van sympathie was in de kamer. Al de ouwe voorwerpen, de stoelen met hooge leuningen, de tafel, 't bruine vloerkleed, de schilderijen lijnden vrindlijk in het weer dagende goeie gevoel voor elkander. Het was een oogenblik van téére gevoeligheid, waaraan alles deel had, zoo 't er onbewogen en juist in die houding stond. Brupt hield hij op met snikken, ging naar de keuken, waschte zich onder de waterleiding. Met 't haar in plakkende kleefpriempjes kwam hij terug, begon te ontbijten.

„Hoe gaat 't met Georgine ?", vroeg hij na een rust.

„Goed.' r

„Waar wonen jullie ook weer?"

„Zie je — hoe raar onze verhouding geworden is, dat je dat nog niet weet."

„Dat zal nóu wel anders worden."

„Wat had je eigenlijk tegen me al dien tijd?"

„Niks."

„,k Heb me verbeeld" ...

„Onzin."

„Zooveel te beter."

'n Poosje stilte.

„ ... Maar 'k lièg ... 'k had wèl wat tegen je ..

„.. .Wasje soms gepiqueerd over die middag.. .hier.. .weet je wel?"

Sluiten