Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI.

Kamer tjespijn.

Gezellige Sinterklaas. Om twee uur kwam 'n èrg googem joodje, die dertig, zegge dertig gulden gaf voor de meubeltjes van de achterkamer, de tafel, zes stoelen, de sofa, het bed. Voor blijft Scherp wonen. Achter staan alleen nog wat boeken, de schrijftafel, snuisterijen. Goddank, de ring is betaald. Met de pakjesin mijn zakken en onder mijn arm sloop ik het portaal in, dee de voordeur open, moffelde vlug den boel in de kinderbedstee. We aten vlug. En tóén de groote, heerlijke kinderpret. Netje met de zwarte glinsteroogen, en 't blonde haar, waardoor de ronde kam was getrokken, zat naast Kaatje. Nu ze bij elkaar sliepen moesten ze ook maar als zusjes behandeld worden.

„Nou dag Kaatje, dag Netje," zei ik, en zette mijn hoed op: „ik ga uit, en als Sinterklaas komt, moet je voor mij ook wat vragen, hoor."

„Zou-die héusch komme," vroeg Ka, die niet had kunnen eten. Ze had een prachtkleurtje van opwinding.

„Nou natuurlek," zei Netje, die twéé jaar ouder was en dikwijls overwijze dingen zei.

„Nou-oü waarom gaat u dan weg, oome... as die nou slaat met de roé-oé."

„Dat doet-ie ommers niet, kind," suste Netje.

„Welnee," zei Georgine: „oome Alfred heeft 'm gesproke."

„Waar?" —, vroeg Ka met opspalking der blauwe oogen van wijde zee en teere tintelluchten.

„... Ja, 'k héb 'm gesproke... In de Kalverstraat kwam-ie

Sluiten