Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Hoe Grimbaard de Das tegen den Koning ten gunste van Reinaart sprak.

Toen trad Grimbaard de Das te voorschijn, die de zoon van Reinaarts broer was, en zeide op een verbolgen toon: „Mijnheer Isegrim, het is een oud gezegde: 's Vijands mond spreekt zelden goed. Ik zou wel willen, dat diegene aan een boom werd opgehangen, die aan anderen het meeste kwaad heeft berokkend. Mijnheer Isegrim, zou u dit lot dan niet treffen, die zooveel tegen anderen hebt misdreven, ook tegen mijn oom? Was deze ten hove gekomen en stond hij bij den Koning zoozeer in de gunst als gij, zou de Koning het dan goedvinden, dat ge Reinaart zoo dikwijls met uwe scherpe tanden bij zijn vel hebt gegrepen, dat hij er nauwelijks het leven heeft afgebracht?"

Isegrim sprak: „Hebt ge van uw oom zooieeren liegen?" waarop Grimbaard liet volgen: „Ik heb niet gelogen maar gij hebt mijn oom bedrogen, toen

Sluiten