Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij u een schol toewierp en gij die voor u zelf alleen hieldt. Gij gaaft hem niets anders dan een schollegraat, omdat ge daarvan zelf niet hieldt. Hetzelfde deedt ge met een stuk spek, dat ge alleen opat, en toen Reinaart zijn deel eischte, antwoorddet ge hem in toorn: „Uw deel wil ik u graag geven, Reinaart!" Maar hij kreeg niets, ofschoon hij er zelf het slechtst aan toe was, want de eigenaar kwam en stopte hem in zijn zak. Dit ongeluk heeft hij

aan u, Isegrim, te wijten gehad Gij, Heeren,

dunkt u dat al niet genoeg? Toch is het niet ten onrechte, dat Reinaart zich beklaagt over het onrecht, dat Hersinde, uwe vrouw, aan de zijne heeft aangedaan. Verder brengt Kuwaart de Haas eene klacht tegen hem in^ die niet veel te beteekenen heeft; want als hij zijne lessen niet goed kende, dan mocht Reinaart, die zijn meester was, hem toch wel eens eene kastijding toedienen. Kortoos klaagt over een worst, die hem door Reinaart ontstolen werd, toen het hard vroor. Maar hij had daarover liever maar moeten zwijgen; want hebt ge niet gehoord, dat hij die worst zelf gestolen had? Maar 'onrechtvaardig goed gedijt niet. Wie zal het Reinaart ten kwade duiden, dat hij gestolen goed aan een dief heeft afgenomen ? Reinaart is een rechtvaardig man. Hij leeft als een kluizenaar. In het laatste jaar heeft hij geen vleesch geproefd, noch wild noch tam. Dat zeide iemand, die gisteren

Sluiten