Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen volgde hem een heele troep. In het dorp bleef man noch vrouw thuis. Om den beer te dooden liep al wat maar loopen kon uit. De een nam een bezem mee, de ander een dorschvlegel, weder een ander een hark. Zelfs de pastoor van de kerk bracht een kruisstaf mee, dien de koster hem gaf. De koster zelf droeg een lans om er den beer mee

te steken en te slaan. Vóór hen allen uit liep Lamfreit met zijn hooivork.

Bruin was alles behalve op zijn gemak. Hij voorzag wel, dat het niet goed met hem zou afloopen.

Hii trachtte zich met geweld los te rukken, zoodat zijne huid van zijn kop scheurde. Al bracht hij zijn kop ook uit den boom, toch zag hij er verschrikkelijk uit. Zijn pooten deden hem zoo'n pijn, dat hij niet meer kon loopen, en zijn oogen waren zóó bebloed, dat hij niet meer kon zien.

Nu ging Lamfreit naar hem toe met den pastoor en al de dorpelingen, en zij begonnen hem te slaan. Allen koelden hunne woede op hem; de een sloeg

Sluiten