Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat er in het heele land te vinden is. Ik nam het van de tafel, waar het op stond, weg. Toen riep de pastoor: „Help! Help! Die vos komt daar maar zoo in mijn huis en ontsteelt mij mijn eten!" En ik liep weg en bracht hem, waar Isegrim stond. Ik had het hoen in mijn bek, dat zóó groot en zwaar was, dat ik het moest laten vallen en achterlaten. En nu maakte ik mij uit de voeten. Toen de pastoor het hoen wilde oprapen, zag hij Isegrim. Hij wierp een mes naar hem toe. Hem volgden zes mannen, die allen met dikke stokken gewapend waren. En toen zij Isegrim zagen, maakten zij zulk een vreeselijk misbaar, dat de buren kwamen aanloopen, die er hen opmerkzaam op maakten, dat er een wolf met zijn buik in een gat vastzat. Nu kreeg hij duchtige slagen van de menschen uit het dorp, die hem uit het gat trokken. Daarop viel hij in het gras neer, alsof hij al mofsdood was. Toen was de blijdschap van die menschen groot, en zij sleepten hem over steenen en struiken buiten het dorp in eene gracht. Daar bleef hij den heelen nacht liggen. Hoe hij er vandaan gekomen is, weet ik niet. Op een anderen tijd bracht ik hem naar een groot huis in eene straat, waar zeven kippen en één haan op een balk zaten. Nu liet ik Isegrim met mij op dat huis klimmen. Ik zeide, dat hij door een valluik moest kruipen en dat hij dan een overvloed van kippen zou vinden. Hij ging naar het valluik toe, kroop er

Sluiten